met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
በባቡር መሄድ
በባቡር ወደዚያ እሄዳለሁ.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.
ይበቃል
ሰላጣ ለምሳ ይበቃኛል.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
አጋራ
ሀብታችንን ለመካፈል መማር አለብን።
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
ተንከባከቡ
የእኛ የጽዳት ሰራተኛ የበረዶ ማስወገድን ይንከባከባል.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
ተስፋ
ብዙዎች በአውሮፓ ውስጥ የተሻለ የወደፊት ተስፋ አላቸው።
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.
ምክንያት
በጣም ብዙ ሰዎች በፍጥነት ትርምስ ይፈጥራሉ.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
መዞር
እዚህ መኪናውን ማዞር አለብዎት.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
ቀለም
እጆቿን ቀባች።
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
ሸክም
የቢሮ ስራ ብዙ ሸክም ያደርጋታል።
willen verlaten
Ze wil haar hotel verlaten.
መተው ይፈልጋሉ
ሆቴሏን መልቀቅ ትፈልጋለች።
vergeven
Ik vergeef hem zijn schulden.
ይቅር
ዕዳውን ይቅር እላለሁ።
missen
De man heeft zijn trein gemist.
ናፍቆት
ሰውየው ባቡሩ ናፈቀ።