Slovník
holandština – Cvičení sloves

leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.

kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.

doen
Dat had je een uur geleden moeten doen!

studeren
De meisjes studeren graag samen.

uitsluiten
De groep sluit hem uit.

zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.

wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.

verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.

durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.

plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!

zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
