Woordenlijst
Adygees – Werkwoorden oefenen

wegrennen
Iedereen rende weg van het vuur.

verlaten
Toeristen verlaten het strand rond de middag.

wachten
Ze wacht op de bus.

eisen
Hij eist compensatie.

verhuren
Hij verhuurt zijn huis.

voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.

sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.

huilen
Het kind huilt in het bad.

herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?

begeleiden
De hond begeleidt hen.

betalen
Ze betaalt online met een creditcard.
