Woordenlijst
Bengaals – Werkwoorden oefenen

vertellen
Ze vertelde me een geheim.

voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.

overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.

voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.

bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.

accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.

uitzetten
Ze zet de elektriciteit uit.

plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!

veranderen
Het licht veranderde in groen.

leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.

arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
