Woordenlijst
Catalaans – Werkwoorden oefenen

overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?

beschermen
De moeder beschermt haar kind.

voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.

voelen
Ze voelt de baby in haar buik.

kletsen
Ze kletsen met elkaar.

schrijven
Hij schrijft een brief.

ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.

annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.

ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.

uit elkaar halen
Onze zoon haalt alles uit elkaar!

sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
