Woordenlijst
Grieks – Werkwoorden oefenen

verkennen
Mensen willen Mars verkennen.

bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.

uitleggen
Ze legt hem uit hoe het apparaat werkt.

doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!

optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.

weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.

worden
Ze zijn een goed team geworden.

aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.

negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.

verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.

beginnen
School begint net voor de kinderen.
