Woordenlijst
Spaans – Werkwoorden oefenen

branden
Er brandt een vuur in de open haard.

wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.

weggeven
Ze geeft haar hart weg.

duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.

uitkomen
Wat komt er uit het ei?

beschermen
De moeder beschermt haar kind.

monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.

gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.

hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.

veranderen
Het licht veranderde in groen.

gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
