Woordenlijst
Fins – Werkwoorden oefenen

overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.

veroorzaken
Suiker veroorzaakt veel ziekten.

failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.

voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!

voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.

drinken
Ze drinkt thee.

slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.

bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.

verkennen
Mensen willen Mars verkennen.

verhuren
Hij verhuurt zijn huis.

stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
