Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen

vervangen
De automonteur vervangt de banden.

verrijken
Specerijen verrijken ons eten.

verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.

schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!

verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.

uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.

trouwen
Het stel is net getrouwd.

doorrijden
De auto rijdt door een boom.

trainen
De hond wordt door haar getraind.

bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.

helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.
