Woordenlijst
Frans – Werkwoorden oefenen

doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?

draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.

vaststellen
De datum wordt vastgesteld.

wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.

bedekken
Het kind bedekt zijn oren.

bevelen
Hij beveelt zijn hond.

missen
Hij miste de kans op een doelpunt.

wachten
We moeten nog een maand wachten.

rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.

accepteren
Sommige mensen willen de waarheid niet accepteren.

versturen
Ze wil de brief nu versturen.
