Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen

overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?

onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.

controleren
Hij controleert wie daar woont.

vertrekken
Onze vakantiegasten vertrokken gisteren.

bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.

werken
Ze werkt beter dan een man.

herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.

terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?

kijken
Ze kijkt door een verrekijker.

oogsten
We hebben veel wijn geoogst.

vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
