Woordenlijst
Hebreeuws – Werkwoorden oefenen

achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.

aankomen
Hij kwam net op tijd aan.

wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.

drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.

annuleren
Hij heeft helaas de vergadering geannuleerd.

eindigen
De route eindigt hier.

verdenken
Hij verdenkt dat het zijn vriendin is.
