Woordenlijst
Hindi – Werkwoorden oefenen

proeven
De chef-kok proeft de soep.

oprapen
We moeten alle appels oprapen.

samenwerken
We werken samen als een team.

overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.

branden
Er brandt een vuur in de open haard.

opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!

reizen
We reizen graag door Europa.

vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!

vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.

liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.

met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
