Woordenlijst
Litouws – Werkwoorden oefenen

verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.

naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.

trouwen
Het stel is net getrouwd.

rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?

binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.

beschermen
De moeder beschermt haar kind.

bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.

doorrijden
De auto rijdt door een boom.

terugvinden
Na de verhuizing kon ik mijn paspoort niet meer terugvinden.

slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.

terugkeren
De vader is teruggekeerd uit de oorlog.
