Woordenlijst
Lets – Werkwoorden oefenen

beperken
Moet handel worden beperkt?

werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.

naar je toekomen
Het geluk komt naar je toe.

lukken
Deze keer is het niet gelukt.

missen
Hij miste de kans op een doelpunt.

vermijden
Ze vermijdt haar collega.

duwen
Ze duwen de man het water in.

sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.

meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.

omgaan
Men moet met problemen omgaan.

belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
