Woordenlijst
Albanees – Werkwoorden oefenen

achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.

naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.

aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.

importeren
We importeren fruit uit veel landen.

overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.

naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.

overnachten
We overnachten in de auto.

verdwalen
Mijn sleutel is vandaag verloren gegaan!

rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.

helpen
Iedereen helpt de tent opzetten.

updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
