Woordenlijst
Servisch – Werkwoorden oefenen

naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.

vechten
De atleten vechten tegen elkaar.

wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.

op handen zijn
Een ramp is op handen.

parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.

geloven
Veel mensen geloven in God.

elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.

voorzien
Strandstoelen worden voor de vakantiegangers voorzien.

vermijden
Hij moet noten vermijden.

vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.

vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
