Woordenlijst
Tamil – Werkwoorden oefenen

gebruiken
We gebruiken gasmaskers in het vuur.

liggen
De kinderen liggen samen in het gras.

rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?

terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.

benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.

rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.

binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.

dragen
Ze dragen hun kinderen op hun rug.

slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.

slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.

met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
