Woordenlijst
Thai – Werkwoorden oefenen

overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.

antwoorden
De student beantwoordt de vraag.

verkennen
Mensen willen Mars verkennen.

ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.

dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.

weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.

beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.

beheersen
Ik kan niet te veel geld uitgeven; ik moet me beheersen.

tonen
Ik kan een visum in mijn paspoort tonen.

mengen
De schilder mengt de kleuren.

rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
