Testen 92



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Wed Jan 14, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Het is twaalf uur.
It is o’clock   See hint
2. In de winter sneeuwt of regent het.
It snows or rains in   See hint
3. De talen lijken op elkaar.
The languages are quite   See hint
4. Mag ik de kaart, alstublieft?
I would like the menu,   See hint
5. Kunt u mij om 7.00 uur wekken?
you please wake me up at o’clock?   See hint
6. Kun je hier een hotel reserveren?
Can one a room here?   See hint
7. Neem je zonnebril mee.
Take the with you   See hint
8. Waarom blijf je thuis?
are you staying home?   See hint
9. Spraken ze te zacht?
Did speak too quietly?   See hint
10. Ik was vanmorgen laat.
I was late this   See hint