Spellen

Aantal afbeeldingen : 2 Aantal opties : 3 Tijd in seconden : 6 Weergegeven talen : Toon beide talen

0

0

Onthoud de afbeeldingen!
Wat mist er?
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
falar
Ele fala para seu público.
wonen
We kampeerden tijdens de vakantie.
viver
Nós vivemos em uma tenda nas férias.
omkopen
Hij kocht zijn dokter om.
subornar
Ele subornou seu médico.