Testen 14



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Jan 01, 2026

0/10

Klik op een woord
1. In welk hotel verblijft u?
Dans quel séjournez-vous ?   See hint
2. Morgen werk ik weer.
Demain, je recommence à   See hint
3. Neemt u plaats!
4. Ik stel voor dat we in het weekend afspreken.
Je propose que nous nous rencontrions ce   See hint
5. Ik wil graag een fles champagne.
une bouteille de champagne   See hint
6. U moet hier uitstappen.
Vous descendre ici   See hint
7. Mag men foto’s maken?
photographier ?   See hint
8. Kun je waterski’s huren?
qu’on peut louer des skis nautiques ?   See hint
9. Ik fiets.
Je fais du   See hint
10. Ik ben in de bibliotheek.
suis à la bibliothèque   See hint