Testen 18



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Jan 02, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Bent u hier met vakantie?
Jest / pani tutaj na urlopie? / Są państwo tutaj na urlopie?   See hint
2. april, mei en juni.
kwiecień, maj i   See hint
3. Vandaag hebben we tijd.
Dzisiaj czas   See hint
4. Ik kom je op kantoor ophalen.
cię z biura   See hint
5. Ik wil graag iets zonder vlees.
Chciałbym / coś bez mięsa   See hint
6. De volgende bus komt over 15 minuten.
Następny autobus przyjedzie za minut   See hint
7. Is er korting voor kinderen?
są zniżki dla dzieci?   See hint
8. Waar is de skilift?
Gdzie tu jest wyciąg ?   See hint
9. Schrijf de oefening!
Napisz   See hint
10. Ik ben thuis.
Jestem w   See hint