Testen 84



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Jan 08, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Het is vier uur.
Jest godzina   See hint
2. Waar is de supermarkt?
Gdzie jest ?   See hint
3. Reist u veel?
Dużo / pani podróżuje?   See hint
4. De televisie is stuk.
jest zepsuty   See hint
5. Ik geloof dat u op mijn plaats zit.
Sądzę, pan / pani siedzi na moim miejscu   See hint
6. U rijdt door tot aan het derde verkeerslicht.
jechać aż do trzecich świateł   See hint
7. Daar komt hij net aan!
O, idzie   See hint
8. De computer staat aan.
jest włączony   See hint
9. Wat draait er in de bioscoop?
Co grają w ?   See hint
10. Wat doe je graag?
Co robić?   See hint