Testen 24



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Mon Jan 05, 2026

0/10

Klik op een woord
1. We zijn op school.
är i skolan   See hint
2. Drink je thee met citroen?
du te med citron?   See hint
3. De kinderen ruimen de kinderkamer op.
Barnen städar   See hint
4. Hoe kom ik bij het station?
Hur kommer jag stationen?   See hint
5. Dit smaakt niet best.
Det där jag inte om   See hint
6. Hij rijdt op zijn fiets.
Han med cykeln   See hint
7. Ik interesseer me voor kunst.
intresserar mig för konst   See hint
8. We zwemmen af en toe.
Ibland vi   See hint
9. Ons team speelt goed.
Vårt spelar bra   See hint
10. Hij is moe, maar hij werkt door.
Han är , men han fortsätter att arbeta   See hint