Testen 37



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Jan 01, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Talen leren is interessant.
Estudiar idiomas es   See hint
2. Het kind houdt van chocolademelk en appelsap.
Al / A la niña le gustan el cacao y el zumo de manzana   See hint
3. Kook jij elektrisch of op een gasfornuis?
en una cocina eléctrica o de gas?   See hint
4. Maak een rondvaart in de haven.
Hágale una visita al   See hint
5. Broodjes met jam en honing?
Panecillos con y miel?   See hint
6. Skiet u?
Esquía ?   See hint
7. Waar is het toilet?
Dónde el lavabo?   See hint
8. Heb je zin om te zwemmen?
ganas de ir a nadar?   See hint
9. Waar is de supermarkt?
está el supermercado?   See hint
10. Wat ben je aan het doen?
Qué estás ?   See hint