Testen 11



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Jan 02, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Komt u uit Europa?
Você é da ?   See hint
2. Vandaag werk ik niet.
Hoje não   See hint
3. Het is heet vandaag.
está calor   See hint
4. Zullen we morgen afspreken?
amanhã?   See hint
5. Een tomatensap, alstublieft.
Um de tomate, por / se faz favor   See hint
6. Waar moet ik overstappen?
Onde é que tenho de ?   See hint
7. Is de dierentuin ’s woensdags geopend?
O zoológico está aberto às quartas-feiras?   See hint
8. Ik zou graag willen waterskiën.
Eu gostava de fazer esqui   See hint
9. Ik heb morgen mijn examen.
Tenho a minha prova   See hint
10. Wat hangt daar aan de muur?
O que pendurado na parede?   See hint