Testen 33



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Jan 01, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hij leert Duits.
Ele aprende   See hint
2. Ik houd niet van champagne.
Eu não de espumante   See hint
3. Wie stofzuigt?
aspira?   See hint
4. Wat is er in de stad te zien?
O há para se ver na cidade?   See hint
5. Wij willen graag ontbijten.
tomar o café da manhã   See hint
6. Wij moeten omkeren.
que voltar   See hint
7. Waar is een batterij?
Onde tem uma ?   See hint
8. Dit is een strafschop.
Agora houve um   See hint
9. Heb je broers of zussen?
Você tem ?   See hint
10. Rijd langzaam!
devagar   See hint