Vocabulary
Learn Adverbs – Dutch
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
long
I had to wait long in the waiting room.
gratis
Zonne-energie is gratis.
for free
Solar energy is for free.
uit
Ze komt uit het water.
out
She is coming out of the water.
nu
Moet ik hem nu bellen?
now
Should I call him now?
gisteren
Het regende hard gisteren.
yesterday
It rained heavily yesterday.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
more
Older children receive more pocket money.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.
at night
The moon shines at night.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
a little
I want a little more.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
often
Tornadoes are not often seen.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
all day
The mother has to work all day.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.
all
Here you can see all flags of the world.