Vocabulary
Learn Adverbs – Dutch
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
quite
She is quite slim.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
soon
A commercial building will be opened here soon.
niet
Ik hou niet van de cactus.
not
I do not like the cactus.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
enough
She wants to sleep and has had enough of the noise.
in
De twee komen binnen.
in
The two are coming in.
eerst
Veiligheid komt eerst.
first
Safety comes first.
half
Het glas is half leeg.
half
The glass is half empty.
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
again
He writes everything again.
te veel
Het werk wordt me te veel.
too much
The work is getting too much for me.
gratis
Zonne-energie is gratis.
for free
Solar energy is for free.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
a little
I want a little more.