Vocabulary
Learn Verbs – Dutch
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
limit
During a diet, you have to limit your food intake.
bereiden
Er wordt een heerlijk ontbijt bereid!
prepare
A delicious breakfast is prepared!
dansen
Ze dansen verliefd een tango.
dance
They are dancing a tango in love.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
guarantee
Insurance guarantees protection in case of accidents.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
take back
The device is defective; the retailer has to take it back.
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
decipher
He deciphers the small print with a magnifying glass.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
cover
The child covers its ears.
verhogen
Het bedrijf heeft zijn omzet verhoogd.
increase
The company has increased its revenue.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
look
She looks through binoculars.
brengen
De bezorger brengt het eten.
deliver
The delivery person is bringing the food.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
marry
The couple has just gotten married.