Testen 26



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat Jan 03, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat zijn de leerlingen.
Estes são os   See hint
2. Drink je water met ijs?
bebe água com gelo?   See hint
3. Ik doe de was in de wasmachine.
Eu a roupa na máquina de lavar   See hint
4. Hoe kom ik in het centrum van de stad?
Como ao centro?   See hint
5. Dit heb ik niet besteld.
Não pedi   See hint
6. Hij vaart met het schip.
Ele vai de   See hint
7. Daar is de dierentuin.
Ali é o jardim   See hint
8. Er is ook een zwembad met sauna.
Também tem uma com sauna   See hint
9. Je tas is erg mooi.
Sua bolsa é linda   See hint
10. Het stoplicht staat op rood.
O semáforo vermelho   See hint