Testen 27



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat Jan 03, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat is de lerares.
é a professora   See hint
2. Er is hier een feest aan de gang.
há uma festa   See hint
3. Ik hang de was op.
Eu a roupa   See hint
4. Ik heb een taxi nodig.
Eu preciso de um   See hint
5. Ik wil graag een voorgerecht.
Eu quero uma   See hint
6. Hij vaart met de boot.
Ele vai de   See hint
7. Daar zijn de giraffen.
Ali estão as   See hint
8. Wat is er op televisie?
O tem na televisão?   See hint
9. De bloem is donkerrood.
A flor é vermelho   See hint
10. Wanneer ben je weer thuis?
você estará em casa?   See hint