Vocabulário

Aprenda verbos – Holandês

cms/verbs-webp/19584241.webp
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
dispor
Crianças só têm mesada à sua disposição.
cms/verbs-webp/102731114.webp
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
publicar
O editor publicou muitos livros.
cms/verbs-webp/118253410.webp
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
gastar
Ela gastou todo o seu dinheiro.
cms/verbs-webp/67035590.webp
springen
Hij sprong in het water.
pular
Ele pulou na água.
cms/verbs-webp/121102980.webp
meerijden
Mag ik met je meerijden?
acompanhar
Posso acompanhar você?
cms/verbs-webp/62069581.webp
sturen
Ik stuur je een brief.
enviar
Estou te enviando uma carta.
cms/verbs-webp/99392849.webp
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
remover
Como se pode remover uma mancha de vinho tinto?
cms/verbs-webp/84476170.webp
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
exigir
Ele exigiu compensação da pessoa com quem teve um acidente.
cms/verbs-webp/108286904.webp
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
beber
As vacas bebem água do rio.
cms/verbs-webp/89516822.webp
straffen
Ze strafte haar dochter.
punir
Ela puniu sua filha.
cms/verbs-webp/54887804.webp
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
garantir
O seguro garante proteção em caso de acidentes.
cms/verbs-webp/96531863.webp
doorgaan
Kan de kat door dit gat gaan?
passar por
O gato pode passar por este buraco?