المفردات
تعلم الأفعال – الهولندية
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
أقالني
رئيسي قد أقالني.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
يتم دهسهم
للأسف، العديد من الحيوانات لا تزال تتم دهسها بواسطة السيارات.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
يذكر
الكمبيوتر يذكرني بمواعيدي.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
يحبون الركل
يحبون الركل، ولكن فقط في كرة القدم المائدة.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
يحترق
اللحم لا يجب أن يحترق على الشواية.
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
ستحصل
من فضلك انتظر، ستحصل على دورك قريبًا!
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
عرضت
عرضت أن تسقي الزهور.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
يقلل
أحتاج بالتأكيد إلى تقليل تكاليف التدفئة الخاصة بي.
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
سجل
يجب أن تسجل كلمة المرور!
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
تكمل
هل يمكنك أن تكمل اللغز؟
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
ستلد
ستلد قريبًا.