Ordliste

Lær adverbier – Nederlandsk

cms/adverbs-webp/93260151.webp
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
aldrig
Gå aldrig i seng med sko på!
cms/adverbs-webp/121005127.webp
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
om morgenen
Jeg har meget stress på arbejde om morgenen.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
igen
De mødtes igen.
cms/adverbs-webp/178653470.webp
buiten
We eten vandaag buiten.
udenfor
Vi spiser udenfor i dag.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
net
Ze is net wakker geworden.
lige
Hun vågnede lige.
cms/adverbs-webp/138988656.webp
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
når som helst
Du kan ringe til os når som helst.
cms/adverbs-webp/123249091.webp
samen
De twee spelen graag samen.
sammen
De to kan godt lide at lege sammen.
cms/adverbs-webp/178519196.webp
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
om morgenen
Jeg skal stå op tidligt om morgenen.
cms/adverbs-webp/96364122.webp
eerst
Veiligheid komt eerst.
først
Sikkerhed kommer først.
cms/adverbs-webp/102260216.webp
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
i morgen
Ingen ved, hvad der vil ske i morgen.
cms/adverbs-webp/176340276.webp
bijna
Het is bijna middernacht.
næsten
Det er næsten midnat.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
ofte
Tornadoer ses ikke ofte.