Woordenlijst

Leer bijwoorden – Deens

cms/adverbs-webp/29115148.webp
men
Huset er lille, men romantisk.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
cms/adverbs-webp/23025866.webp
hele dagen
Moderen skal arbejde hele dagen.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
væk
Han bærer byttet væk.
weg
Hij draagt de prooi weg.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
i
Går han ind eller ud?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
cms/adverbs-webp/96228114.webp
nu
Skal jeg ringe til ham nu?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/102260216.webp
i morgen
Ingen ved, hvad der vil ske i morgen.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.
cms/adverbs-webp/23708234.webp
korrekt
Ordet er ikke stavet korrekt.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
nede
Han ligger nede på gulvet.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
cms/adverbs-webp/178180190.webp
der
Gå derhen, og spørg derefter igen.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
mere
Ældre børn får mere lommepenge.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
cms/adverbs-webp/54073755.webp
på det
Han klatrer op på taget og sidder på det.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
cms/adverbs-webp/142768107.webp
aldrig
Man skal aldrig give op.
nooit
Men moet nooit opgeven.