Woordenlijst
Leer bijwoorden – Deens
måske
Hun vil måske bo i et andet land.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
ned
Han falder ned oppefra.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.
snart
En kommerciel bygning vil snart blive åbnet her.
binnenkort
Hier wordt binnenkort een commercieel gebouw geopend.
ingen steder
Disse spor fører ingen steder hen.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
også
Hunden må også sidde ved bordet.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
aldrig
Man skal aldrig give op.
nooit
Men moet nooit opgeven.
meget
Jeg læser faktisk meget.
veel
Ik lees inderdaad veel.
halvt
Glasset er halvt tomt.
half
Het glas is half leeg.
aldrig
Gå aldrig i seng med sko på!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
næsten
Jeg ramte næsten!
bijna
Ik raakte bijna!
altid
Der var altid en sø her.
altijd
Hier was altijd een meer.