単語
副詞を学ぶ – オランダ語
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
左に
左に、船が見えます。
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
外へ
彼は刑務所から外へ出たいと思っています。
al
Het huis is al verkocht.
既に
その家は既に売られています。
gisteren
Het regende hard gisteren.
昨日
昨日は大雨が降った。
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
いつでも
いつでも私たちに電話してください。
erg
Het kind is erg hongerig.
とても
子供はとてもお腹が空いている。
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
朝に
私は朝早く起きなければなりません。
niet
Ik hou niet van de cactus.
ではない
私はサボテンが好きではない。
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
どこへも
この線路はどこへも続いていない。
nooit
Men moet nooit opgeven.
決して
決して諦めるべきではない。
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
一日中
母は一日中働かなければならない。