Vocabulário

Aprenda verbos – Holandês

cms/verbs-webp/102238862.webp
bezoeken
Een oude vriend bezoekt haar.
visitar
Uma velha amiga a visita.
cms/verbs-webp/75423712.webp
veranderen
Het licht veranderde in groen.
mudar
A luz mudou para verde.
cms/verbs-webp/118232218.webp
beschermen
Kinderen moeten beschermd worden.
proteger
Crianças devem ser protegidas.
cms/verbs-webp/84506870.webp
worden dronken
Hij wordt bijna elke avond dronken.
embebedar-se
Ele se embebeda quase todas as noites.
cms/verbs-webp/83776307.webp
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
mudar-se
Meu sobrinho está se mudando.
cms/verbs-webp/123367774.webp
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
ordenar
Ainda tenho muitos papéis para ordenar.
cms/verbs-webp/93169145.webp
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
falar
Ele fala para seu público.
cms/verbs-webp/118868318.webp
houden van
Ze houdt meer van chocolade dan van groenten.
gostar
Ela gosta mais de chocolate do que de legumes.
cms/verbs-webp/102136622.webp
trekken
Hij trekt de slee.
puxar
Ele puxa o trenó.
cms/verbs-webp/109099922.webp
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
lembrar
O computador me lembra dos meus compromissos.
cms/verbs-webp/60625811.webp
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
destruir
Os arquivos serão completamente destruídos.
cms/verbs-webp/42111567.webp
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
cometer um erro
Pense bem para não cometer um erro!