Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (PT)

cms/verbs-webp/45022787.webp
matar
Vou matar a mosca!
doden
Ik zal de vlieg doden!
cms/verbs-webp/107996282.webp
referir
O professor refere-se ao exemplo no quadro.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/42111567.webp
cometer um erro
Pense bem para não cometer um erro!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
cms/verbs-webp/90643537.webp
cantar
As crianças cantam uma música.
zingen
De kinderen zingen een lied.
cms/verbs-webp/91930542.webp
parar
A policial para o carro.
stoppen
De agente stopt de auto.
cms/verbs-webp/120762638.webp
contar
Tenho algo importante para te contar.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
cms/verbs-webp/123953850.webp
salvar
Os médicos conseguiram salvar sua vida.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
cms/verbs-webp/120015763.webp
querer sair
A criança quer sair.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
cms/verbs-webp/67232565.webp
concordar
Os vizinhos não conseguiram concordar sobre a cor.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
cms/verbs-webp/90539620.webp
passar
Às vezes, o tempo passa devagar.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
cms/verbs-webp/68841225.webp
entender
Eu não consigo te entender!
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!
cms/verbs-webp/71260439.webp
escrever para
Ele escreveu para mim na semana passada.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.