Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (PT)
matar
Vou matar a mosca!
doden
Ik zal de vlieg doden!
referir
O professor refere-se ao exemplo no quadro.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cometer um erro
Pense bem para não cometer um erro!
een fout maken
Denk goed na zodat je geen fout maakt!
cantar
As crianças cantam uma música.
zingen
De kinderen zingen een lied.
parar
A policial para o carro.
stoppen
De agente stopt de auto.
contar
Tenho algo importante para te contar.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
salvar
Os médicos conseguiram salvar sua vida.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
querer sair
A criança quer sair.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
concordar
Os vizinhos não conseguiram concordar sobre a cor.
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
passar
Às vezes, o tempo passa devagar.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
entender
Eu não consigo te entender!
begrijpen
Ik kan je niet begrijpen!