Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
paint
I’ve painted a beautiful picture for you!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
come easy
Surfing comes easily to him.
gemakkelijk gaan
Surfen gaat hem gemakkelijk af.
drink
The cows drink water from the river.
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
order
She orders breakfast for herself.
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
fight
The fire department fights the fire from the air.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
set
The date is being set.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
hire
The company wants to hire more people.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
create
Who created the Earth?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
happen
Strange things happen in dreams.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
carry out
He carries out the repair.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
overcome
The athletes overcome the waterfall.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.