Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
save
The doctors were able to save his life.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
run slow
The clock is running a few minutes slow.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
sleep
The baby sleeps.
slapen
De baby slaapt.
mean
What does this coat of arms on the floor mean?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
travel
He likes to travel and has seen many countries.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
send
I am sending you a letter.
sturen
Ik stuur je een brief.
generate
We generate electricity with wind and sunlight.
genereren
We genereren elektriciteit met wind en zonlicht.
let in front
Nobody wants to let him go ahead at the supermarket checkout.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
discuss
They discuss their plans.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
arrive
The plane has arrived on time.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
chat
They chat with each other.
kletsen
Ze kletsen met elkaar.