Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
create
He has created a model for the house.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
marry
The couple has just gotten married.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
run away
Our son wanted to run away from home.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
hire
The company wants to hire more people.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
explore
The astronauts want to explore outer space.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
test
The car is being tested in the workshop.
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
limit
Fences limit our freedom.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
cut
The hairstylist cuts her hair.
knippen
De kapper knipt haar haar.
turn around
You have to turn the car around here.
omdraaien
Je moet hier de auto omdraaien.
start
The hikers started early in the morning.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
keep
I keep my money in my nightstand.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.