Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
go further
You can’t go any further at this point.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.
offer
She offered to water the flowers.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
change
A lot has changed due to climate change.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
thank
He thanked her with flowers.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
send off
She wants to send the letter off now.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
accompany
The dog accompanies them.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
eat
What do we want to eat today?
eten
Wat willen we vandaag eten?
look forward
Children always look forward to snow.
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
chat
He often chats with his neighbor.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
happen
Strange things happen in dreams.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
think
She always has to think about him.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.