אוצר מילים
למד פעלים – הולנדית
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
לחקור
האסטרונאוטים רוצים לחקור את החלל החיצוני.
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
מוצאים
שניהם מוצאים זה קשה להיפרד.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
קורא
הבן קורא בכל קולו.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
לדחוף
המכונית נעצרה והייתה צריכה להדחף.
verslagen worden
De zwakkere hond wordt verslagen in het gevecht.
הובס
הכלב החלש יותר הובס בקרב.
doden
Ik zal de vlieg doden!
הרוג
אני אהרוג את הזבוב!
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
לחפש
מה שאתה לא יודע, אתה צריך לחפש.
verantwoordelijk zijn voor
De arts is verantwoordelijk voor de therapie.
אחראי
הרופא אחראי לטיפול.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
השתנה
הרבה השתנה בגין שינוי האקלים.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
לקבל
היא קיבלה מתנה יפה מאוד.
gebruiken
Zelfs kleine kinderen gebruiken tablets.
משתמש
גם ילדים קטנים משתמשים בטאבלטים.