Woordenlijst
Servisch – Bijwoordenoefening
erg
Het kind is erg hongerig.
al
Hij slaapt al.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
altijd
Hier was altijd een meer.
in
Ze springen in het water.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
nu
Moet ik hem nu bellen?