Woordenlijst
Thai – Bijwoordenoefening
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
samen
We leren samen in een kleine groep.
bijna
Het is bijna middernacht.
daar
Het doel is daar.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
‘s ochtends
‘s Ochtends heb ik veel stress op het werk.
in
Ze springen in het water.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.