Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
deurlaat
Moet vlugtelinge by die grense deurgelaat word?
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
uitslaap
Hulle wil eindelik een aand lank uitslaap.
trainen
Professionele atleten moeten elke dag trainen.
oefen
Professionele atlete moet elke dag oefen.
verdwalen
Mijn sleutel is vandaag verloren gegaan!
verloor
My sleutel het vandag verloor gegaan!
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
gooi
Hy gooi die bal in die mandjie.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
beperk
Gedurende ’n dieet moet jy jou voedselinname beperk.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
meng
Jy kan ’n gesonde slaai met groente meng.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
trou
Die paartjie het pas getrou.
verdragen
Ze kan het zingen niet verdragen.
verdra
Sy kan nie die sang verdra nie.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
bewys
Hy wil ’n wiskundige formule bewys.
springen
Hij sprong in het water.
spring
Hy het in die water gespring.