Woordeskat
Leer Werkwoorde – Nederlands
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
verskyn
’n Groot vis het skielik in die water verskyn.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
beperk
Hekke beperk ons vryheid.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
gebeur
Vreemde dinge gebeur in drome.
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
lei
Hy lei die meisie aan die hand.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
verkoop
Die koopwaar word uitverkoop.
omarmen
De moeder omarmt de kleine voetjes van de baby.
omhels
Die moeder omhels die baba se klein voetjies.
meerijden
Mag ik met je meerijden?
saamry
Mag ek saam met jou ry?
ritselen
De bladeren ritselen onder mijn voeten.
ritsel
Die blare ritsel onder my voete.
vermelden
De baas vermeldde dat hij hem zal ontslaan.
noem
Die baas het genoem dat hy hom sal ontslaan.
vertrouwen
We vertrouwen elkaar allemaal.
vertrou
Ons almal vertrou mekaar.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
brand
Die vleis moet nie op die rooster brand nie.