Woordenlijst
Leer werkwoorden – Afrikaans
beweeg
Dit is gesond om baie te beweeg.
bewegen
Het is gezond om veel te bewegen.
verkies
Baie kinders verkies lekkers bo gesonde dinge.
verkiezen
Veel kinderen verkiezen snoep boven gezonde dingen.
beveel
Hy beveel sy hond.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
verryk
Speserye verryk ons kos.
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
herhaal
My papegaai kan my naam herhaal.
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
ry deur
Die kar ry deur ’n boom.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
volg
My hond volg my as ek hardloop.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
wil uitgaan
Die kind wil buitentoe gaan.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
bevat
Vis, kaas, en melk bevat baie proteïen.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.
voel
Sy voel die baba in haar maag.
voelen
Ze voelt de baby in haar buik.
optrek
Die helikopter trek die twee mans op.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.