Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/109434478.webp
åbne
Festivalen blev åbnet med fyrværkeri.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
cms/verbs-webp/86215362.webp
sende
Dette firma sender varer over hele verden.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
cms/verbs-webp/101158501.webp
takke
Han takkede hende med blomster.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
cms/verbs-webp/33599908.webp
tjene
Hunde kan lide at tjene deres ejere.
dienen
Honden dienen graag hun baasjes.
cms/verbs-webp/113671812.webp
dele
Vi skal lære at dele vores rigdom.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
cms/verbs-webp/44848458.webp
stoppe
Du skal stoppe ved det røde lys.
stoppen
Je moet stoppen bij het rode licht.
cms/verbs-webp/129002392.webp
udforske
Astronauterne vil udforske rummet.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
cms/verbs-webp/42212679.webp
arbejde for
Han arbejdede hårdt for sine gode karakterer.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
cms/verbs-webp/41935716.webp
fare vild
Det er let at fare vild i skoven.
verdwalen
Het is gemakkelijk om in het bos te verdwalen.
cms/verbs-webp/114052356.webp
brænde
Kødet må ikke brænde på grillen.
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
cms/verbs-webp/130288167.webp
rengøre
Hun rengør køkkenet.
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
cms/verbs-webp/21689310.webp
udpege
Min lærer udpeger mig ofte.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.