Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/105854154.webp
begrænse
Hegn begrænser vores frihed.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.
cms/verbs-webp/97784592.webp
være opmærksom
Man skal være opmærksom på vejtegnene.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
cms/verbs-webp/78932829.webp
støtte
Vi støtter vores barns kreativitet.
ondersteunen
We ondersteunen de creativiteit van ons kind.
cms/verbs-webp/46385710.webp
acceptere
Kreditkort accepteres her.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
cms/verbs-webp/20225657.webp
kræve
Mit barnebarn kræver meget af mig.
vragen
Mijn kleinkind vraagt veel van mij.
cms/verbs-webp/122479015.webp
skære
Stoffet skæres til i størrelse.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
cms/verbs-webp/55128549.webp
kaste
Han kaster bolden i kurven.
gooien
Hij gooit de bal in de mand.
cms/verbs-webp/80325151.webp
fuldføre
De har fuldført den svære opgave.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
cms/verbs-webp/75001292.webp
køre afsted
Da lyset skiftede, kørte bilerne afsted.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
cms/verbs-webp/46998479.webp
diskutere
De diskuterer deres planer.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
cms/verbs-webp/106787202.webp
komme hjem
Far er endelig kommet hjem!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
cms/verbs-webp/87205111.webp
overtage
Græshopperne har overtaget.
overnemen
De sprinkhanen hebben de overhand genomen.