Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/44269155.webp
kaste
Han kaster vredt sin computer på gulvet.
gooien
Hij gooit zijn computer boos op de grond.
cms/verbs-webp/123619164.webp
svømme
Hun svømmer regelmæssigt.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/94312776.webp
give væk
Hun giver sit hjerte væk.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
cms/verbs-webp/27564235.webp
arbejde på
Han skal arbejde på alle disse filer.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
cms/verbs-webp/5161747.webp
fjerne
Gravemaskinen fjerner jorden.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/94482705.webp
oversætte
Han kan oversætte mellem seks sprog.
vertalen
Hij kan tussen zes talen vertalen.
cms/verbs-webp/11579442.webp
kaste til
De kaster bolden til hinanden.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
cms/verbs-webp/110233879.webp
skabe
Han har skabt en model for huset.
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
cms/verbs-webp/63935931.webp
vende
Hun vender kødet.
draaien
Ze draait het vlees.
cms/verbs-webp/119188213.webp
stemme
Vælgerne stemmer om deres fremtid i dag.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/117897276.webp
modtage
Han modtog en lønforhøjelse fra sin chef.
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
cms/verbs-webp/116932657.webp
modtage
Han modtager en god pension i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.