Woordenlijst

Leer bijwoorden – Sloveens

cms/adverbs-webp/54073755.webp
na
Pleza na streho in sedi na njej.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
cms/adverbs-webp/155080149.webp
zakaj
Otroci želijo vedeti, zakaj je vse tako, kot je.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
cms/adverbs-webp/123249091.webp
skupaj
Oba rada igrata skupaj.
samen
De twee spelen graag samen.
cms/adverbs-webp/29115148.webp
ampak
Hiša je majhna, ampak romantična.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
cms/adverbs-webp/162590515.webp
dovolj
Hoče spati in ima dovolj hrupa.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
cms/adverbs-webp/111290590.webp
enako
Ti ljudje so različni, vendar enako optimistični!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
cms/adverbs-webp/57457259.webp
ven
Bolni otrok ne sme iti ven.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
nekje
Zajec se je nekje skril.
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
več
Starejši otroci dobijo več žepnine.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
zdaj
Naj ga zdaj pokličem?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/178653470.webp
zunaj
Danes jemo zunaj.
buiten
We eten vandaag buiten.
cms/adverbs-webp/178180190.webp
tja
Pojdi tja, nato vprašaj znova.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.