Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/145004279.webp
nirgendwohin
Diese Schienen führen nirgendwohin.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
etwas
Ich sehe etwas Interessantes!
iets
Ik zie iets interessants!
cms/adverbs-webp/162590515.webp
genug
Sie will schlafen und hat genug von dem Lärm.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
cms/adverbs-webp/166071340.webp
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.
uit
Ze komt uit het water.
cms/adverbs-webp/121564016.webp
lange
Ich musste lange im Wartezimmer warten.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
cms/adverbs-webp/93260151.webp
nie
Geh nie mit Schuhen ins Bett!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
cms/adverbs-webp/40230258.webp
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
cms/adverbs-webp/134906261.webp
schon
Das Haus ist schon verkauft.
al
Het huis is al verkocht.
cms/adverbs-webp/142522540.webp
hinüber
Sie will mit dem Roller die Straße hinüber.
over
Ze wil de straat oversteken met de scooter.
cms/adverbs-webp/29021965.webp
nicht
Ich mag den Kaktus nicht.
niet
Ik hou niet van de cactus.
cms/adverbs-webp/76773039.webp
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
miteinander
Wir lernen miteinander in einer kleinen Gruppe.
samen
We leren samen in een kleine groep.