Woordenlijst
Leer bijwoorden – Duits
niemals
Man darf niemals aufgeben.
nooit
Men moet nooit opgeven.
zumindest
Der Friseur hat zumindest nicht viel gekostet.
minstens
De kapper kostte minstens niet veel.
gleich
Diese Menschen sind verschieden, aber gleich optimistisch!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!
nie
Geh nie mit Schuhen ins Bett!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
nicht
Ich mag den Kaktus nicht.
niet
Ik hou niet van de cactus.
rein
Geht er rein oder raus?
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
herein
Die beiden kommen herein.
in
De twee komen binnen.
oft
Tornados sieht man nicht oft.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
fort
Er trägt die Beute fort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
fast
Es ist fast Mitternacht.
bijna
Het is bijna middernacht.