Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/118228277.webp
raus
Er will gern raus aus dem Gefängnis.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
cms/adverbs-webp/71109632.webp
wirklich
Kann ich das wirklich glauben?
echt
Kan ik dat echt geloven?
cms/adverbs-webp/162590515.webp
genug
Sie will schlafen und hat genug von dem Lärm.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
cms/adverbs-webp/96228114.webp
jetzt
Soll ich ihn jetzt anrufen?
nu
Moet ik hem nu bellen?
cms/adverbs-webp/54073755.webp
darauf
Er klettert aufs Dach und setzt sich darauf.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
cms/adverbs-webp/128130222.webp
miteinander
Wir lernen miteinander in einer kleinen Gruppe.
samen
We leren samen in een kleine groep.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/166071340.webp
heraus
Sie kommt aus dem Wasser heraus.
uit
Ze komt uit het water.
cms/adverbs-webp/77731267.webp
viel
Ich lese wirklich viel.
veel
Ik lees inderdaad veel.
cms/adverbs-webp/76773039.webp
zu viel
Die Arbeit wird mir zu viel.
te veel
Het werk wordt me te veel.
cms/adverbs-webp/135100113.webp
immer
Hier war immer ein See.
altijd
Hier was altijd een meer.