Woordenlijst
Leer bijwoorden – Duits
niemals
Man darf niemals aufgeben.
nooit
Men moet nooit opgeven.
nie
Geh nie mit Schuhen ins Bett!
nooit
Ga nooit met schoenen aan naar bed!
fort
Er trägt die Beute fort.
weg
Hij draagt de prooi weg.
vielleicht
Sie will vielleicht in einem anderen Land leben.
misschien
Ze wil misschien in een ander land wonen.
viel
Ich lese wirklich viel.
veel
Ik lees inderdaad veel.
allein
Ich genieße den Abend ganz allein.
alleen
Ik geniet van de avond helemaal alleen.
zusammen
Die beiden spielen gern zusammen.
samen
De twee spelen graag samen.
außerhalb
Wir essen heute außerhalb im Freien.
buiten
We eten vandaag buiten.
jederzeit
Sie können uns jederzeit anrufen.
altijd
Je kunt ons altijd bellen.
nicht
Ich mag den Kaktus nicht.
niet
Ik hou niet van de cactus.
nirgendwohin
Diese Schienen führen nirgendwohin.
nergens
Deze sporen leiden naar nergens.