Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/71970202.webp
ziemlich
Sie ist ziemlich schlank.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/22328185.webp
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
cms/adverbs-webp/178180190.webp
dorthin
Gehen Sie dorthin, dann fragen Sie wieder.
daar
Ga daarheen, vraag dan opnieuw.
cms/adverbs-webp/164633476.webp
wieder
Sie haben sich wieder getroffen.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.
cms/adverbs-webp/78163589.webp
beinahe
Ich hätte beinahe getroffen!
bijna
Ik raakte bijna!
cms/adverbs-webp/29021965.webp
nicht
Ich mag den Kaktus nicht.
niet
Ik hou niet van de cactus.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
unten
Er liegt unten auf dem Boden.
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
cms/adverbs-webp/57457259.webp
hinaus
Das kranke Kind darf nicht hinaus.
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
cms/adverbs-webp/38216306.webp
ebenfalls
Ihre Freundin ist ebenfalls betrunken.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
cms/adverbs-webp/178600973.webp
etwas
Ich sehe etwas Interessantes!
iets
Ik zie iets interessants!
cms/adverbs-webp/172832880.webp
sehr
Das Kind ist sehr hungrig.
erg
Het kind is erg hongerig.
cms/adverbs-webp/10272391.webp
bereits
Er ist bereits eingeschlafen.
al
Hij slaapt al.