Woordenlijst

Leer bijwoorden – Duits

cms/adverbs-webp/23025866.webp
ganztags
Die Mutter muss ganztags arbeiten.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
cms/adverbs-webp/77321370.webp
beispielsweise
Wie gefällt Ihnen beispielsweise diese Farbe?
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
cms/adverbs-webp/22328185.webp
bisschen
Ich will ein bisschen mehr.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
cms/adverbs-webp/142768107.webp
niemals
Man darf niemals aufgeben.
nooit
Men moet nooit opgeven.
cms/adverbs-webp/71970202.webp
ziemlich
Sie ist ziemlich schlank.
behoorlijk
Ze is behoorlijk slank.
cms/adverbs-webp/118228277.webp
raus
Er will gern raus aus dem Gefängnis.
uit
Hij zou graag uit de gevangenis willen komen.
cms/adverbs-webp/96364122.webp
zuerst
Sicherheit kommt zuerst.
eerst
Veiligheid komt eerst.
cms/adverbs-webp/80929954.webp
mehr
Große Kinder bekommen mehr Taschengeld.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
cms/adverbs-webp/40230258.webp
zu viel
Er hat immer zu viel gearbeitet.
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
cms/adverbs-webp/73459295.webp
auch
Der Hund darf auch am Tisch sitzen.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
cms/adverbs-webp/176235848.webp
herein
Die beiden kommen herein.
in
De twee komen binnen.
cms/adverbs-webp/133226973.webp
eben
Sie ist eben wach geworden.
net
Ze is net wakker geworden.