Woordenlijst
Leer bijwoorden – Italiaans
abbastanza
Vuole dormire e ha avuto abbastanza del rumore.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
ma
La casa è piccola ma romantica.
maar
Het huis is klein maar romantisch.
prima
La sicurezza viene prima.
eerst
Veiligheid komt eerst.
anche
La sua ragazza è anche ubriaca.
ook
Haar vriendin is ook dronken.
troppo
Il lavoro sta diventando troppo per me.
te veel
Het werk wordt me te veel.
sempre
Qui c‘è sempre stato un lago.
altijd
Hier was altijd een meer.
prima
Era più grassa prima di ora.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
dentro
Loro saltano dentro l‘acqua.
in
Ze springen in het water.
a lungo
Ho dovuto aspettare a lungo nella sala d‘attesa.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.
via
Lui porta via la preda.
weg
Hij draagt de prooi weg.
fuori
Oggi mangiamo fuori.
buiten
We eten vandaag buiten.