Woordenlijst
Leer bijwoorden – Catalaans
prou
Ella vol dormir i n‘ha tingut prou del soroll.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
abans
Ella era més grassa abans que ara.
voor
Ze was voorheen dikker dan nu.
allà
La meta està allà.
daar
Het doel is daar.
més
Els nens més grans reben més diners de butxaca.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
sovint
No es veuen tornados sovint.
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
una mica
Vull una mica més.
een beetje
Ik wil een beetje meer.
per què
Els nens volen saber per què tot és com és.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.
ja
Ell ja està dormint.
al
Hij slaapt al.
molt
Llegeixo molt de fet.
veel
Ik lees inderdaad veel.
junts
Aprenem junts en un petit grup.
samen
We leren samen in een kleine groep.
tot el dia
La mare ha de treballar tot el dia.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.